naar het fotoalbumklik hier om
direct naar het
fotoalbum te gaan

Superbyte

de Homepage van
Henk de Mari

Superbyte Software


HOME
LANDENOVERZICHT
INFORMATIE
FOTOALBUM

MONGOLIË 2006

een reisverslag......


Weersverwachting Nieuwegein Nieuwegein Weersverwachting Mongolië  Mongolië


Over de straten van Beijing klinkt het tromgeroffel van de Drum Tower. Ieder uur wordt er speciaal voor de toeristen een korte uitvoering gegeven van wat vroeger het tijdsignaal voor de stad was.
Vandaag ben ik in Beijing aangekomen, als tussenstop van een reis naar Mongolië. Met wat reisgenoten wandel ik door de hutongs (een van de oudste wijken van de stad) en beklim de Drum Tower. We hebben een prachtig uitzicht over dit deel van de stad.
Door het tijdsverschil van zeven uur en de lange vliegreis zijn we niet helemaal fit en laten ons dan ook graag met een riksja vervoeren.
We verblijven één nacht in het Rich Hotel en vertrekken de volgende morgen al vroeg naar de luchthaven voor het vervolg van onze reis naar Mongolië.

Ulaan Baatar
Ulaan Baatar, wat Rode Held betekent, is de hoofdstad van Mongolië. Hier woont ruim eenderde van de totale bevolking (2,8 miljoen), voor het merendeel in oude "communistische" huizenblokken.
We logeren in een hotel, tien minuten lopen van het centrum. Onze eerste taak is om onze dollars om te wisselen in Mongoolse Tugrik. Omdat het de komende drie weken niet mogelijk zal zijn om opnieuw te wisselen ruil ik 450 dollar om voor ruim een half miljoen Tugrik. Dit levert een pakket op van ruim 100 biljetten, iets te veel om in de moneybelt te stoppen. 's Avonds eten we met z'n allen in een ger-restaurant en genieten van een voorstelling met Mongoolse zang en dans. Na een voorstelrondje laat onze reisbegeleider Lucie ons op de kaart zien welke route we de komende drie weken zullen volgen.
Op onze vrije dag in Ulaan Baatar bezoeken we enkele bezienswaardigheden. Op korte afstand van het hotel ligt het winterpaleis Bogd Khan. Samen met Ton, Gerard en David bekijk ik het deels vervallen paleis waar de 8e levende Boeddha nog heeft gewoond. De vorige avond heeft het flink geregend en op de weg liggen dan ook grote plassen. De meeste auto's rijden om deze plassen heen, maar opeens zie ik een tegemoet komende auto zo'n manoeuvre maken dat deze vol door de plas rijdt. We kunnen nog net wegduiken, maar krijgen toch een behoorlijke hoeveelheid water en vuil over ons heen.
De zon droogt alles snel en we wandelen naar het centrum op zoek naar een bank die ook de mastercard van Gerard verzilvert. Na lang zoeken en vragen lukt dit ook.
Op het Sükhbaatar plein is een gezondheidsmarkt ingericht en we wandelen langs de standjes en laten ons opmeten. Midden op het plein staat het standbeeld van Damdiny Sükhbaatar, die in 1921 de onafhankelijkheid van de Chinezen inluidde.
Aan het eind van de middag bezoeken we het kloostermuseum Choijin Lama.
Als blijkt dat de muziekvoorstelling van 17.00 uur niet doorgaat zoeken we onze heil in de Irish Pub, waar we proosten op de komende vakantie.

Töv
We beginnen onze rondreis in de provincie Töv en rijden met vier Russische busjes in westelijke richting. Drie busjes zijn voor ons en het vierde busje is voor de keukenploeg en de tenten.
Ons gezelschap is uitgebreid met Bakkie, onze Mongoolse gids, de vier chauffeurs en twee vrouwelijke koks. Zij zullen ons de gehele trip vergezellen en verzorgen.
Voordat we de stad verlaten bezoeken we Gandantegchinlen Khiid, een boeddhistisch klooster waarvan de bouw in 1838 is gestart. Er wonen nu ruim 500 monniken. We wandelen een uurtje over het tempelterrein en bezoeken de Ochidara tempel. De 13e Dalai Lama heeft in 1904 in de Didan-Lavran tempel gewoond.
We overnachten in het Khustai Nuruu Nationaal Park . Als we de volgende morgen het park verlaten komen we enkele Przewalskipaarden tegen. In 1992 zijn deze paarden, met Nederlandse steun, opnieuw uitgezet. Het Przewalskipaard is een wilde paardenondersoort, die in 1967 voor het laatst in het wild gezien was in Mongolië. Het is vermoedelijk het ras dat werd gebruikt door grote Mongoolse veroveraars als Dzjengis Khan.
De Mongolen zijn een paarden volk. Naar schatting zijn er evenveel paarden als inwoners in Mongolië. Al van jongs af aan berijden de monaden paarden, als kind vaak zonder zadel. Dat wij Nederlanders geen paardenvolk zijn blijkt wel uit de reacties na een drie uur durende paardentocht. Nog dagen hebben we last van zadelpijn gehad!
Wel is het een prachtige tocht door de weidse vallei. Het wordt pas echt leuk als we de paarden zover krijgen dat ze in draf of galop gaan. Vooral Lucie en Fransje weten hun paarden regelmatig aan te zetten tot meer snelheid.
Het meerendeel van onze overnachtingen is in een tent. Campings zijn er niet, dus zoeken we een vlak stuk gras, liefst bij een riviertje, om de tent op te zetten.
Na twee of drie kampeernachten volgt dan een overnachting in een ger-kamp. Dit is een terrein met 10 tot 20 gers, een restaurant en wasgelegenheid. Een ger is een vilten tent die nog steeds door de nomaden wordt gebruikt. Als het grasland door de schapen en geiten is kaal gevreten wordt de ger afgebroken en zo'n 40 kilometer verder weer opgebouwd.

Övörkhangai
We blijven in westelijke richting rijden en na een paar dagen komen we aan in Harhorin. Harhorin was ten tijde van Dzjengis Khan de hoofdstad van het Mongoolse rijk. Hier staat het eerste gebouwde boeddhistische klooster Erdene Zuu. Het tempelcomplex is ommuurd met 108 stupas. De Russen hebben het in 1938 grotendeels verwoest, maar de overgebleven gebouwen werden in 1965 opengesteld voor toeristen. Nu wonen er weer monniken en worden de tempels gerestaureerd.
De drie tempels vertellen de drie fasen van Boeddha's leven.
Bij de poort worden we aangeklampt door een jongen die ons vertelt dat er vanavond een speciale voorstelling is in het kader van het 800 jarig bestaand van Mongolië. De voorstelling blijkt een show te zijn in de open lucht, waarin het ontstaan van Mongolië wordt uitgebeeld. Compleet met ruiters, yaks en natuurlijk Dzjengis Khan himself.

Arkhangai
Volgens de lonely planet is Tsetserleg de enige Mongoolse stad die mooi genoemd kan worden (tsetserleg betekent tuin). Zelf heb ik dat niet zo ervaren. We maken hier een boodschappenstop en ik heb even een kwartiertje de tijd om mijn eerste mail naar het thuisfront te sturen.
We zijn inmiddels in de provincie Arkhangai beland.
We slaan ons kamp op in de buurt van de Taikhar Chuluu rotsformatie, een zestien meter hoge rots die is volgeschreven met inscripties uit de 13e tot 21e eeuw.
Vlak na het vertrek de volgende morgen zien we iets verderop een mensenmenigte.
De hele vallei is uitgelopen om een mini-Naadam te houden. Omdat het dit jaar 800 jaar geleden is dat Dzjengis Khan het Mongoolse rijk heeft gesticht worden er overal in het land dergelijke festivals gehouden.
We wandelen wat tussen de mensen door en genieten van de gezellige ongedwongen sfeer van dit feest. Plots zien we in de verte een groep paarden aankomen. Er is een paardenrace bezig en we kunnen de finish meemaken. Na een rit van15 kilometer wordt de winnaar met gejuich binnen gehaald. De leeftijd van de ruiters ligt tussen de 5 en 12 jaar. Na aankomst worden de ruiters door hun vaders opgevangen en wordt het zweet van de paarden geveegd.
Later op de dag passeren we nog een festival. Hier zijn we getuige van een worstelwedstrijd. Bij het Tekhiin Tsagaan meer blijven we twee nachten. We zetten onze tenten op een vlak stuk op enige afstand van het meer op.
Zoals bijna elke dag het geval is regent het ook vanavond weer. In de verte zien we de donkere wolken al komen. De volgende morgen zien we dat de bergen aan de overzijde van het meer bedekt zijn met hagel. We maken een wandeling naar de top van de Khorgo vulkaan. Als we om de krater heen lopen zien we op sommige plekken nog resten van de hagelbui van afgelopen nacht. Op de terugweg over het lavaveld laat de zool van mijn rechter schoen los. Ik trek hem helemaal los en loop ietsjes scheef verder terug naar het kamp. Een van de chauffeurs lijmt die middag mijn zool weer vast, zodat ik ook de komende dagen verder kan.
Sommigen kunnen geen genoeg krijgen van het paardrijden en maken weer een tocht. Zelf geniet ik van de rust bij de tent en lees wat in mijn boek.
Het meer is het meest westelijke punt dat we aandoen en via Tsetserleg rijden we in zuidoostelijke richting naar de Orkhon vallei.
We overnachten weer in gers. Door de hevige regenval van de laatste dagen kunnen we helaas de warmwaterbronnen niet gebruiken.
We rijden dieper de Orkhon vallei in en slaan ons kamp op bij de Orkhon waterval.

Wandeltocht
In het dorpje Batuzii starten we onze tweedaagse wandeltocht door de vallei.
Op zich is het niet zwaar lopen, we volgen de vlakte en moeten af en toe een riviertje oversteken. Meestal lukt dit wel over de rotsen, maar op een gegeven moment was het toch te diep.
Direct komt er een jongen te paard aangesneld en helpt ons een voor een over de rivier. We lopen verder tot onze lunchplaats. Alweer hebben onze koks voor een voortreffelijke maaltijd gezorgd. Ook onze busjes staan hier en een deel van de groep besluit om hiermee verder te reizen. Zelf pak ik mijn wandelstokken weer op en ga op pad.
Het landschap verandert maar langzaam en na enkele uren heb ik genoeg van het lopen en besluit met nog een paar mensen om in een busje te stappen en ons de laatste kilometers naar de kampplaats te laten rijden.
Onderweg hebben we een stille hoop dat onze tenten al door de eerste groep zijn opgezet, maar helaas het mag niet zo wezen.
Na een kwartiertje staan alle tenten en genieten we van een heerlijke slok wodka. De vier mensen die de gehele tocht lopen komen moe aan. Het laatste stuk was toch aanzienlijk meer dan de gids van te voren had gezegd.
De tweede dag van de wandeltocht begint heuvelopwaarts door het bos. Op een gegeven moment komen we bij de "weg" aan en lopen het laatste stuk naar de top. Ook nu staat er weer een heerlijke lunch (of was dit nou een picknicklunch?) op ons te wachten. De heuvel af blijven we de weg volgen. Ik had eigenlijk wat meer afwisseling in het wandelen verwacht en neem het laatste stuk maar weer de bus.

Dundgov
We verlaten de groene vlaktes en zien het landschap veranderen in een woestijnlandschap. In Arvaikheer vullen we onze voorraden weer aan en kan ik ook weer een mailtje versturen. Hier lezen we op internet dat het Nederlandse kabinet is gevallen en Ruud Lubbers bezig is om met CDA en VVD een overgangsregering te vormen.
We vervolgen onze reis de Gobi-woestijn in.
Één van de overnachtingplaatsen in de woestijn is Bayanzag. Bayanzag betekent "vol met struiken" en we zetten ons kamp ook tussen deze groene struiken op.
Hier gaan we een kamelentocht maken. In twee groepen vertrekken we al deinend op de rug van een kameel de woestijn in. De tocht duurt twee uur, maar na een kwartiertje krijg ik al last van de ongemakkelijke zit op het zadel. Ik besluit om, net als de Mongolen zelf, iets schuin te gaan zitten met één bil op het zadel. Door af en toe van bil te wisselen blijft het dragelijk. We stoppen onderweg bij de "Vlammende Rotsen", waar in 1922 een groot aantal botten en resten van dinosaurussen zijn gevonden. Onze gids raapt een paar kleine stukjes bot op en zegt dat dit dinosaurusbot is. Om dit te bewijzen steekt hij zijn tong uit en drukt het stukje er tegenaan. Een ander bot zou direct vallen, maar dit stukje blijft plakken. Hiermee is het bewijs geleverd!
Omdat er vlakbij een gerkamp is besluit het merendeel van de groep om in een ger te overnachten. Samen met Fransje, Gerard en Raymond blijven we alleen met de crew over. Na het gezamenlijke eten vertrekt iedereen naar het gerkamp.
Gewapend met een fles wodka gaan we bij de crew rond de tent zitten en hebben een van de gezelligste avonden van de reis. We laten de beker wodka regelmatig rondgaan en al gauw zingen we om de beurt Mongoolse en Nederlandse liedjes.
Omdat we op een open vlakte kamperen besluiten we gevieren om de volgende morgen om 5 uur op te staan om de zonsopkomst te aanschouwen. Helaas is het te bewolkt om er echt van te genieten.
Om een uur of acht komt de rest vanuit het gerkamp aangewandeld en na het ontbijt trekken we verder.
Wat een van de hoogtepunten had moeten worden valt door de hevige regen in het water. De Khongoryn Els is een 100 kilometer lange strook zandduinen van tussen zes en twaalf kilometer breed en soms wel 200 meter hoog. Bij aankomst in het gerkamp besluiten we om pas na het diner naar de zandduinen te gaan en deze te beklimmen.
Hadden we dat maar niet gedaan. We waren amper op weg de zandduin op of het begon te regenen, en niet zo'n klein beetje ook. Natuurlijk is een beetje regen niet erg, maar het wordt toch niet zo'n mooie ervaring dan als het mooi weer is. Alsof het zo moest zijn stopte het met regenen toen de laatste mensen weer op weg naar beneden waren.
De laatste twee nachten in de Gobi-woestijn kamperen we bij de Yoliin Am, een kloof waar zelfs nu nog ijs ligt.
We wandelen de koof in totdat het ijs ons stopt. Het is te gevaarlijk om over het dunne ijs verder te gaan.
Vanuit het zuiden van de woestijn vliegen we met een Fokker 50 terug naar Ulaan Baatar.

Naadam
Het Naadam festival behoort tot de meest indrukwekkende gebeurtenissen in Mongolië.
Op 11 en 12 juli wordt een soort mini Olympische Spelen gehouden voor Mongolen.
Het Naadam is van oudsher een nomadische bijeenkomst, deels familiereünie, deels sportevenement. Vanuit het gehele land komt men naar Ulaan Baatar om het festival te bezoeken. De ger wordt meegenomen en rondom de stad en in de valleien opgezet.
De middag voorafgaand aan het Naadam bezoeken we een twee uur durende show "The return of Chinggis Khaan After 800 Years". Op spectaculaire wijze wordt met meer dan honderd man cavalerie een slagveld van 800 jaar geleden nagespeeld.
Het Naadam wordt op 11 juli geopend met een wervelende show, alsof het de Olympische Spelen zijn. In de middag beginnen in het stadion de worstelwedstrijden. In totaal 1024 deelnemers doen mee. Alleen de winnaars gaan door naar de volgende ronde en aan het eind van de tweede dag is de kampioen bekend. Er zijn geen leeftijds- of gewichtsklassen. Iedereen, groot of klein, licht of zwaar, worstelt tegen elkaar volgens oude traditionele regels en ceremonies.
Even buiten het stadion is het boogschieten. In traditionele kleding strijden de deelnemers tegen elkaar. Per ronde spelen 20 man tegen elkaar. Degene die de meeste keren over 90 meter het doel raakt gaat door naar de volgende ronde. Uiteindelijke strijden de laatste 3 deelnemers tegen elkaar voor de overwinning.
Heel bijzonder is het anklebone schieten. In een grote tent strijden teams tegen elkaar. Het is de bedoeling om een blokje vanaf een plankje met je middelvinger weg te schieten en twee anklebones te raken.
Een uur rijden buiten de stad worden in een vallei de paardenraces gehouden. Jockeys die tussen de 5 en 12 jaar oud zijn racen in diverse categorieën. De leeftijd van het paard bepaalt de categorie en per categorie doen honderden paarden mee aan de race over 25 tot 30 kilometer. Als wij op de tweede dag de vallei bezoeken finisht net de categorie van vierjarige paarden. Tot onze schrik zien we vlak voor de finish vier paarden door uitputting dood neervallen. Die middag is de belangrijkste race, die van de vijfjarigen, maar voordat het zover is wandelen we over het uitgestrekte terrein en lunchen we bij één van de eettenten.
Het wordt hoe langer hoe drukker en als we de deelnemertjes naar de startplaats zien vertrekken staat er al een rijendikke menigte langs het parcours.
Ook wij staan in de drukte en het is soms een heel gevecht om je plaats te behouden. Ik sta samen met Thea bijna vooraan de afzetting achter de finishlijn en heb vandaar uit een mooi overzicht. Ondanks de drukte is het er gezellig en ik deel mijn verrekijker het een paar Mongolen, die het prachtig vinden om alles van zo dichtbij te kunnen zien.
Als na uren wachten de eerste ruiter over de finish gaan breekt de hel los. Iedereen breekt door de afzetting en rent op de winnaars af en probeert het zweet van het winnende paard aan te raken.
Omdat wij bijna onder de voet gelopen worden door de paarden die achter ons in de menigte staan vlucht ik het Thea weg. Nadat we ons weer verzameld hebben vertelt iedereen zijn ervaringen. In de drukte is helaas iemand van de groep gerold en zijn al de fotosticks kwijt.
Door de drukte komen we pas laat terug in de hoofdstad.

Onze rondreis door Mongolië zit er op.
We nemen de Transmongolië-express terug naar China. In ruim 30 uur brengt de trein ons weer naar Beijing.
Wij, Gerard, Ton en ik, delen onze coupé met een Mongoolse medereiziger, die het merendeel van de reis afwezig is. De coupé naast ons wordt "bewoond" door Hans, Thea, Fransje en Marjo. Met z'n zevenen hebben we de afgelopen weken veel plezier gehad en ook tijdens de treinreis vermaken we ons best. Op een van de stopplaatsen kopen we een bak noedels als maaltijd. Natuurlijke hebben we ook voor een heerlijke fles wodka gezorgd.
Rond middernacht stopt de trein bij de grens met China. Omdat de spoorbreedte in China smaller is dan in Mongolië worden de onderstellen van de treinen verwisseld.
Alle treinstellen worden losgekoppeld en omhoog getakeld, inclusief de passagiers. Na een paar uur is de trein voorzien van nieuwe wielen en kunnen we weer verder. Onderweg stoppen we in Badaling, waar we in de verte de Grote Muur zien liggen.
In de middag komen we aan in een broeierig Beijing.
Op onze laatste dag bezoeken we met ons zeven de Verboden Stad. Zes uur lang wandelen we door de stad en genieten van alle pracht en praal. We hebben nog niet eens de helft gezien, maar besluiten toch om te vertrekken. Op een gegeven moment neem je niets meer in je op. We drinken nog een koel biertje in het restaurant van gisteren en maken ons op voor het afscheidsdiner. Ik koop nog snel even een leuke "verpakking" om de fooi voor Lucie in te doen en heb de eer het na het diner aan te bieden.
De terugreis naar Nederland gaat voorspoedig en tegen half negen 's avonds doe ik de sleutel in mijn voordeur en is mijn vakantie voorbij.
naar het fotoalbum
nog meer foto's van Mongolië


Deze reis is geboekt bij